Saturday, May 12, 2012

Inkomenstoets bijstand 2012

Inkomenstoets mogelijk afgeschaft
In 2012 geldt er een inkomenstoets voor de bijstand. Deze controversiële maatregel is bedoeld om een stapeling van uitkeringen achter de voordeur tegen te gaan. Maar volgens het begrotingsakkoord voor 2013 wordt de inkomenstoets toch niet doorgevoerd.

Recht op bijstand
De bijstand (Wet werk en bijstand) is een sociaal vangnet voor mensen die niet in aanmerking komen voor een andere uitkering en niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Mensen die een bijstandsuitkering ontvangen, zijn verplicht om werk te zoeken. Om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering, moeten zij aan diverse voorwaarden voldoen. Zo is er een vermogenstoets. Iemand die een bijstandsuitkering aanvraagt, mag maximaal ongeveer € 5.000 aan eigen vermogen hebben.
Met ingang van 1 januari 2012 is de Wet werk en bijstand (WWB) veranderd. Er gelden nieuwe regels voor mensen die een bijstandsuitkering aanvragen en mensen die een bijstandsuitkering ontvangen. Nieuw is de zogenaamde inkomenstoets voor het hele gezin. Het hele gezin krijgt gezamenlijk één bijstandsuitkering.
Inkomenstoets bijstand 2012
De inkomenstoets voor de bijstand zou per 1 juli 2012 in werking treden. Duizenden bijstandsgerechtigden zouden na deze datum hun uitkering volledig of gedeeltelijk verliezen, omdat het inkomen van alle huisgenoten samen bepaald of er recht is op een bijstandsuitkering.
Inkomenstoets afgeschaft
Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat de inkomenstoets met terugwerkende kracht wordt afgeschaft. Dat is nodig, want de inkomenstoets geldt al voor nieuwe aanvragen sinds 1 januari 2012. Voor bestaande gevallen is de ingangsdatum 1 juli 2012.In veel gemeenten wordt de inkomenstoets voor de bijstand opgeschort. In sommige gemeenten wordt de regeling wel doorgezet.
Wet werken naar vermogen in 2013
In 2013 worden de bijstand, de Wajong en de sociale werkvoorziening (Wsw) samengevoegd tot één regeling aan de onderkant van de samenleving: de Wet werken naar vermogen. Het uitgangspunt is dat werk boven uitkering gaat. De nadruk komt te liggen op wat iemand wel kan, in plaats van op de arbeidshandicap. Wie aan de slag kan, moet aan de slag.
Het is onduidelijk of de wet zal worden doorgevoerd na de val van het kabinet-Rutte. Diverse partijen in de Tweede Kamer willen de wet controversieel laten verklaren. De wet wordt dan voorlopig in de ijskast gezet.

Thursday, May 10, 2012

Eigen risico 2013 stijgt naar 400 euro

Eigen risico 2013 omhoog naar 400 euro
Het eigen risico voor de zorg stijgt in 2013 naar 400 euro per jaar. Nu is dat nog 220 euro.  De stijging van het eigen risico heeft te maken met de bezuiniging van 1 miljard op de gezondheidszorg.
Eigen risico
Het eigen risico betekent dat verzekerden zelf het eerste deel van de zorg betalen. Het eigen risico geldt voor iedere verzekerde van 18 jaar en ouder. Niet alle zorg valt onder het eigen risico. Een bezoek aan de huisarts, verloskundige zorg, kraamzorg, gratis bevolkingsonderzoeken en zorg die door de aanvullende verzekering wordt vergoed, zijn uitgesloten van het eigen risico.
Eigen risico zorgverzekering 2012
In 2012 is het eigen risico  220  euro per jaar. Het jaar daarvoor was dat nog 170 euro. Als het eigen risico in 2013 stijgt naar 400 euro, levert dat per jaar 300 miljoen euro op.


Eigen risico zorgverzekering 2013
Waarschijnlijk wordt het eigen risico voor de zorgverzekering bijna verdubbeld in 2013. Er zal dan naar verwachting wel een compensatieregeling worden getroffen voor de lagere inkomens. Bijvoorbeeld voor mensen die met een AOW-pensioen rond moeten komen, chronisch zieken en gehandicapten.
Rollator verdwijnt uit basispakket
Ieder  jaar wordt de inhoud van het basispakket van de zorgverzekering vastgesteld. De premies voor de basisverzekering stijgen ieder jaar, terwijl de inhoud wordt versoberd en er zaken uit het basispakket worden geschrapt. Het ziet ernaar uit dat de rollator uit het basispakket verdwijnt. Deze bezuiniging is goed voor 20 miljoen euro per jaar.
Lente-akkoord
Het akkoord dat de Kunduz-colatie, bestaande uit de fracties van VVD, CDA, D66, GroenLinks en Christenunie hebben gesmeed om de begroting van 2013 te redden, heet voortaan het “lente-akkoord”. Het akkoord is bewust opnieuw geframed, om negatieve associaties ten aanzien van Kunduz te vermijden.

Tuesday, May 8, 2012

Werkgevers betalen eerste zes maanden WW

Werkgevers betalen eerste zes maanden WW
Volgens het begrotingsakkoord dat de Kunduz-coalatie (bestaande uit VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) heeft vastgesteld, zijn werkgevers verplicht om de eerste zes maanden van de WW-uitkering te betalen. Dat kan verregaande gevolgen hebben, met name voor kleine bedrijven.

Nederlands Stabiliteitsprogramma
Het plan om werkgevers de eerste zes maanden van de WW-uitkering te laten betalen, is vastgelegd in het Nederlands Stabiliteitsprogramma. Dit bezuinigingsakkoord ligt inmiddels bij de Europese Commissie.
Werkgeversdeel WW afgeschaft
Het werkgeversdeel voor de WW wordt afgeschaft in 2013. Hierin zit ook een deel Ziektewet. Dat deel stijgt ieder jaar. Vanaf 2013 gaan werkgevers meer WW-premie betalen. Het levert 500 miljoen extra inkomsten op voor de Rijksoverheid. Met ingang van 1 januari 2014 zijn de eerste zes maanden WW voor rekening van de werkgever. De verplichting geldt niet bij ontslag op staande voet.
Ontslagvergoedingen beperkt
Ontslagvergoedingen worden beperkt. Het bedrag dat werkgevers aan WW-uitkering betalen gedurende de eerste zes maanden na het ontslag, mag volledig in mindering worden gebracht op de ontslagvergoeding. Het overige gedeelte moet worden ingezet voor (om)scholing van de werknemer en zogenaamde “van werk naar werk trajecten”.
Duur en hoogte WW-uitkering
Daarnaast stijgt de eindheffing voor buitensporig hoge ontslagvergoedingen van 30 naar 75%. De duur van WW-uitkeringen blijft gelijk. Ook de hoogte van de WW-uitkering blijft ongewijzigd.
Werkgevers betalen eerste zes maanden WW
Samengevat worden de volgende bezuinigingen doorgevoerd;
  • Werkgevers gaan vanaf 2013 meer WW-premie betalen
  • Werkgevers betalen vanaf 2014 de eerste zes maanden van de WW-uitkering
  • De hoogte van de ontslagvergoeding wordt beperkt en in mindering gebracht op het eerste half jaar WW. Excessieve ontslagvergoedingen worden belast met een hoger belastingtarief: van 30% eindheffing naar 75% eindheffing
  • De kosten worden dus afgewenteld op de werkgever. Met name bij kleine ondernemers kan deze nieuwe regeling voor problemen zorgen.

Wednesday, November 2, 2011

Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP)

De Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren (AVP) is een verzekering die de financiële gevolgen van aansprakelijkheid voor materiële schade en letselschade dekt. Het is verplicht om een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Studenten vallen soms onder de polis van hun ouders.
Aansprakelijkheid
Als je schade veroorzaakt, ben je aansprakelijk. Je moet dan de financiële schade vergoeden. Maar ook als je niets doet terwijl je wel had moeten ingrijpen in een bepaalde situatie, kun je aansprakelijk worden gesteld. Een schadeclaim kan oplopen tot tienduizenden euro’s.  De Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren dekt de financiële gevolgen.
Dekking aansprakelijkheidsverzekering
Materiële schade en letselschade vallen onder de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering. Schade veroorzaakt door een huisdier of (on)roerende zaken die onder je bezittingen vallen, is ook meeverzekerd. Letselschade of materiële schade die gezinsleden onder elkaar veroorzaken, wordt echter niet vergoed.
De volgende situaties vallen niet onder de dekking:
  • Auto of bromfiets: hier moet je een aparte schadeverzekering voor afsluiten: de WA-verzekering
  • Opzet: als de schade met opzet is veroorzaakt, wordt er niets vergoed
  • Schade die ontstaat tijdens het werk: de werkgever wordt aansprakelijk gesteld
  • Schade veroorzaakt door vliegtuigen of vaartuigen
  • Schade veroorzaakt door vuurwapens

Aansprakelijkheidsverzekering studenten
Niet bij alle verzekeraars is het mogelijk om als uitwonende student meeverzekerd te zijn met de aansprakelijkheidsverzekering van je ouders. In dat geval zul je zelf een AVP moeten afsluiten. De kosten zijn nihil: € 2 tot € 3 per maand.

Aansprakelijkheidsverzekering verplicht
Het is verplicht om een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Minderjarige kinderen zijn altijd meeverzekerd, ook als zij niet thuis wonen. Thuiswonende meerderjarige kinderen vallen onder de AVP, maar ook als zij in verband met hun studie op kamers gaan wonen, profiteren ze nog van deze dekking.
Alleenstaandendekking of gezinsdekking
Als je een AVP afsluit, kun je kiezen voor een alleenstaandendekking of gezinsdekking. Inwonende (schoon)ouders en grootouders zijn ook meeverzekerd als onderdeel van het gezin. Hetzelfde geldt voor personeelsleden en logés.
Aansprakelijkheidsverzekering: premie
De premie voor de aansprakelijkheidsverzekering bedraagt € 20 tot € 45 op jaarbasis, exclusief eigen risico. De premie wordt elke drie jaar opnieuw vastgesteld.

Tuesday, January 25, 2011

Bijstandsuitkering en eigen huis

Bijstanduitkering en eigen huis
Voor het aanvragen van een bijstandsuitkering gelden strenge voorwaarden. Zo geldt er een inkomenstoets, maar ook een vermogenstoets. Het eigen huis behoort ook tot het vermogen en zou eerst moeten worden “opgegeten”. Daardoor kunnen er pijnlijke situaties ontstaan. Gelukkig is er in sommige gevallen wat aan te doen.
Wat is de bijstand?
De bijstanduitkering kan worden gezien als het uiterste redmiddel. Het is een sociaal vangnet voor mensen die dreigen onder het bestaansminimum uit te komen. Mensen die in de bijstand zitten, zijn bijvoorbeeld langdurig werkloos. Ook alleenstaande moeders vormen een grote groep.
Hoogte bijstandsuitkering
De hoogte van de bijstandsuitkering is afhankelijk van de gezinssituatie en wordt uitgedrukt in een percentage van het minimumloon. Het minimumloon is in 2010 €1416.
Eigen vermogen bijstandsuitkering
Voor de bijstandsuitkering geldt een inkomenstoets. Eventuele inkomsten worden in vermindering gebracht op de uitkering. Pijnlijker is de vermogentoets. Het bedrag aan eigen vermogen (spaargeld) dat iemand in de bijstand mag hebben, is namelijk gering: €4.5480 voor een alleenstaande en €10.960 voor een echtpaar of eenoudergezin.
Als het vermogen hoger is dan dit bedrag, moet dit vermogen eerst worden opgemaakt. Daarna kan de bijstandsaanvraag worden herzien.
Bijstandsuitkering en eigen huis
Een eigen huis wordt beschouwd als onderdeel van het vermogen. Het vermogen dat in het huis zit , bestaat ui de verkoopwaarde van het huis min de hypotheek die nog niet is afgelost. Dat zou betekenen dat iemand die in de bijstand komt, zijn huis zou moeten verkopen en de overwaarde zou moeten “opeten”.  Als u een aanvraag doet, zal de gemeente beoordelen hoeveel overwaarde er in het huis zit.
Overwaarde huis
Als de overwaarde van de woning lager is dan €46.200, kunt u recht hebben op een bijstand, mits u aan de volgende voorwaarden voldoet:
U woont zelf in de woning
Van u kan niet worden verwacht dat u uw woning verkoopt of een extra hypotheek afsluit

Maar als u niet voldoet aan beide voorwaarden, kan de gemeente u dwingen tot het afsluiten van een krediethypotheek. De bijstand wordt dan verstrekt in de vorm van een lening.

Overwaarde hoger dan €46.200
Als de overwaarde boven de grens van €46.200 uitkomt, wordt de bijstand sowieso verstrekt in de vorm van een lening: de krediethypotheek.


Krediethypotheek
Als u een krediethypotheek afsluit, kunt u in uw woning blijven wonen. De gemeente verstrekt dan een bijstanduitkering, maar deze is in feite een lening die moet worden afgelost. De overwaarde van uw huis dient als onderpand voor het leenbedrag. Dat wil zeggen dat de gemeente het recht heeft om de woning te verkopen als u niet betaalt.

Als er zoveel aan bijstand geleend is dat de waarde van het eigen vermogen in de woning opgemaakt is, dan wordt de bijstand weer een uitkering in plaats van een lening.

Terugbetalen krediethypotheek bijstand
De lening moet worden afgelost als de lener uit de bijstand is. Tijdens de bijstandsperiode en in de tien jaar van de aflossing wordt er geen rente berekent.

Bezwaarschrift opstellen

Als u het niet eens bent met een beslissing die een overheidsinstantie heeft genomen, kunt u zich tegen het besluit verzetten door een bezwaarschrift in te dienen. In dit artikel leest u hoe dit in zijn werk gaat en hoe een bezwaarschrift eruit ziet.
Beschikkingen
Meestal wordt er een bezwaarschrift geschreven naar aanleiding van een beschikking. Een beschikking   is een schriftelijk besluit dat afkomstig is van een bestuursorgaan, gericht op een individuele persoon of op een concrete zaak.
Bezwaar maken – Bezwaarschrift indienen
Wie het niet eens is met een besluit van een bestuursorgaan (overheidsinstantie) , moet eerst schriftelijk bezwaar maken bij het bestuursorgaan die de beschikking genomen heeft. Het is in de meeste gevallen niet mogelijk om direct in beroep te gaan bij de rechtbank.
Opstellen van een bezwaarschrift
De eerste stap in het verzet tegen een beschikking is het opstellen van een bezwaarschrift. Een bezwaarschrift is een brief waarin de belanghebbende uitlegt waarom hij het niet eens is met het besluit. Het bezwaarschrift is gericht aan de overheidsinstantie die de beslissing heeft genomen.
Eisen bezwaarschrift
Een bezwaarschrift moet aan een aantal eisen voldoen. In een bezwaarschrift staan in ieder geval vermeld:
  1. Uw naam en adres
  2. De datum van het bezwaarschrift
  3. Een omschrijving van de beslissing waarmee u het niet eens bent
  4. Stuur een kopie mee van de beslissing
  5. U moet de inhoudelijke bezwaren tegen het besluit aangeven: waarom bent u het oneens met het besluit?
  6. Uw handtekening

Termijn bezwaarschrift
Als u te laat bent met het indienen van een bezwaarschrift, wordt uw bezwaarschrift niet meer in behandeling genomen. U hebt dan geen mogelijkheden meer om tegen de beslissing in verzet te gaan. Over het algemeen bedraagt de termijn zes weken. De termijn begint te lopen met ingang van de dag na de verzending van de beschikking.

Bezwaarschrift geen schorsende werking
Als de overheidsinstantie een bepaalde beslissing heeft genomen en als u daartegen bezwaar maakt, heeft dit geen schorsende werking. Het besluit blijft instant en de gevolgen van het besluit waartegen u bezwaar hebt gemaakt, lopen door.

Wanneer bericht over bezwaarschrift?
Voordat de het bestuursorgaan een beslissing neemt, wil zij meestal eerst in gesprek gaan met de belanghebbende (degene die het bezwaarschrift heeft ingediend). Dit wordt “horen van de belanghebbende” genoemd. U hebt dan de gelegenheid om uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten.

Beschikking op bezwaar
Overheidsinstanties zijn verplicht om een beslissing te nemen over het bezwaarschrift: de “beschikking op bezwaar”. U krijgt deze beschikking op bezwaar thuisgestuurd. De gemeente heeft zes weken de tijd om te reageren op het bezwaarschrift. Deze periode kan worden verlengd met vier weken. Het UWV en de SVB hebben dertien weken de tijd.

Berekening arbeidsverleden

Berekening arbeidsverleden (WW en WIA)
Wie een WW of WIA uitkering aanvraagt, krijgt te maken met het begrip “arbeidsverleden”.  Het arbeidsverleden bepaalt namelijk de duur van de uitkering. In dit artikel: de berekening van het arbeidsverleden.
Arbeidsverleden bij WW uitkering
In feite bestaan er twee soorten WW-uitkering: een korte uitkering van drie maanden en een verlengde uitkering. U komt voor de korte uitkering in aanmerking als u in 26 van de laatste 36 weken minstens één dag in loondienst hebt gewerkt. De korte uitkering duurt maximaal drie maanden.
Als u voldoet aan de “vier-uit-vijf” eis, komt u mogelijk in aanmerking voor de verlengde WW-uitkering. Dit houdt in dat u in vier  van de laatste vijf kalenderjaren voor de werkloosheid loon heeft ontvangen. Ziektegeld, WIA of WAO-uitkering telt in dit verband ook als loon. Bij deze “vier-uit-vijf” eis, komt het begrip “arbeidsverleden” om de hoek kijken. Het arbeidsverleden bepaalt namelijk hoeveel maand u recht hebt op de WW-uitkering.
Berekening arbeidsverleden
Het arbeidsverleden is een optelsom van het fictief arbeidsverleden en het werkelijk arbeidsverleden.
1.       Het fictief arbeidsverleden: Dit is het aantal jaren dat ligt tussen 1998 en het jaar waarin u achttien werd.
2.       Het werkelijk arbeidsverleden: Dit is het aantal jaren dat u sinds 1998 in loondienst hebt gewerkt.

1998 is soort “uitgangsjaar”. De berekening van het arbeidsverleden is toen ingevoerd.

Voorbeeldberekening arbeidsverleden
Clarissa is in 2010 30 jaar. Ze verliest haar baan en vraagt een WW-uitkering aan. Ze heeft sinds 2002 gewerkt. Haar werkelijk arbeidsverleden is dus 8 jaar. Voor de berekening van het fictief arbeidsverleden, moeten we kijken naar het jaartal waarin Clarissa 18 jaar werd. Dit is 1998. Zij heeft dus geen fictief arbeidsverleden, want er liggen geen jaren tussen. Het totale arbeidsverleden is dus 8 jaar.

Duur  van de WW-uitkering
Aan de hand van het arbeidsverleden kunt u de duur van de WW bepalen. Ieder jaar extra arbeidsverleden is een maand extra WW-uitkering. Zo heeft een werknemer met 8 jaren arbeidsverleden recht op 8 maanden WW-uitkering: 3 maanden basisuitkering en 5 maanden vervolguitkering.